Ad 1. Overheidsgebouwen die door publiek bezocht worden.

Speciaal vanwege de voorbeeldfunctie van overheidsgebouwen is bepaald dat deze gebouwen een label móeten hebben. Dit is een verzwaring van de hoofdregel dat energielabels vereist zijn bij nieuwbouw of een nieuwe gebruiker. Denk bij deze gebouwen aan gemeenten, provincies, het rijk, ministeries, rechtbanken, waterschappen, sportvoorzieningen etc. Huur of eigendom maakt in beginsel niet uit voor de labelplicht, er zijn alleen uitzonderingen voor situaties als renovatie, sloop of tijdelijke huisvesting.  

REGEL: “De eigenaar van een gebouw waarvan een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m2 in gebruik is bij een overheidsinstelling en dat veelvuldig door het publiek wordt bezocht, heeft een geldig energielabel voor dat gebouw.”

Dat is een grote afwijking van de basis van de eerste vier leden van dat artikel van het Besluit Energieprestatie Gebouwen, waar de basis wordt gelegd dat gebouwen een label moeten krijgen bij een transactie, dus als ze worden opgeleverd, verkocht of verhuurd. Deze uitzondering geldt niet voor overheidsgebouwen waar je niet zomaar in kunt, zoals gevangenissen, kazernes, backoffice kantoren van gemeentelijke diensten zonder baliefunctie en gesloten zorginstellingen.

Er is nog een bijzonderheid: voor overheidsgebouwen geldt dat binnen de geldigheidsduur van het energielabel de aanbevelingen moeten zijn uitgevoerd![2] Opvallend is wel dat de aanbevelingen niet publiek bekend hoeven te worden gemaakt, zoals opgenomen in de Regeling Energieprestatie Gebouwen.[3] Dat maakt het weinig meetbaar of de aanbevelingen worden opgevolgd, anders dan dat voor het einde van de geldigheid een nieuw, en beter, label moet worden afgegeven op basis van een nieuwe opname.